Naar inhoud
Soorten en types

Welke zekeringskast past bij uw woning?

Achter "een nieuwe kast" schuilen vijf concrete keuzes: het type beveiliging, de montage, de aansluiting, de grootte en de beschermingsgraad. We zetten ze op een rij zoals we ze zelf met klanten overlopen — met de eerlijke plussen en minnen.

S1

Smeltzekeringen of automaten?

De oudste keuze in de kast — en meteen de duidelijkste. In bestaande woningen komen beide nog voor, maar bij elke vernieuwing kiest men vandaag voor automaten.

Smeltzekeringen

De klassieke porseleinen patronen met schroefdop.

  • Beveiligen correct zolang het juiste kaliber gebruikt wordt
  • Na elke fout is het patroon opgebruikt: reserve nodig, in het juiste kaliber
  • Geen zichtbare standindicatie — zoeken bij een storing
  • Verleiden tot gevaarlijk knutselen ('even een zwaardere indraaien')

Nog aanwezig? Dan is de kast doorgaans 40 jaar of ouder — een grondige controle waard.

Installatieautomaten

De moderne standaard met kantelhendel.

  • Schakelen bij overbelasting én kortsluiting, telkens opnieuw bruikbaar
  • Duidelijke stand: hendel omhoog is in dienst, omlaag is uit
  • Vast kaliber — niemand kan 'per ongeluk' zwaarder beveiligen
  • Compact: meer kringen op dezelfde ruimte

Bij elke vervanging of nieuwe kast de vanzelfsprekende keuze.

S2

Opbouw of inbouw?

Dezelfde techniek, een andere montage. De keuze hangt af van de muur, de ruimte en hoeveel zichtwerk u aanvaardt.

Opbouwkast

Op de muur gemonteerd, leidingen zichtbaar of in kanalen.

  • Snel en zonder kap- en breekwerk te plaatsen
  • Eenvoudig bereikbaar voor latere uitbreidingen
  • Ideaal in garage, kelder, berging of technische ruimte
  • Bouwdiepte steekt uit de muur — esthetisch minder in leefruimtes
Inbouwkast

In de muur verzonken, enkel het deurtje zichtbaar.

  • Strak resultaat, mooi in hal of leefruimte
  • Vraagt een uitsparing in de muur — vooral haalbaar bij (ver)bouwen
  • Zelfde binnenwerk en dezelfde veiligheid als opbouw
  • Uitbreiden kan, zolang de ingebouwde kast ruim genoeg gekozen werd

Vuistregel: bij renovatie met open muren is inbouw een kleine moeite; in een bestaande, afgewerkte woning is opbouw vaak de nuchterste keuze.

S3

Monofase (230 V) of driefase (400 V)?

De aansluiting bepaalt hoe het bord opgebouwd wordt: hoeveel polen de hoofdschakelaar en automaten tellen en hoe het vermogen verdeeld wordt.

Monofase 230 V

Eén fasegeleider en een nulgeleider — de klassieke woningaansluiting.

  • Volstaat voor de meeste bestaande woningen
  • Eenvoudiger bord: tweepolige beveiligingen
  • Begrensd totaalvermogen — zware verbruikers samen kan krap worden
Driefase 400 V

Drie fasen, meestal met nulgeleider (3N400).

  • Meer vermogen, mooi te verdelen over de fasen
  • Interessant bij laadpaal, warmtepomp of zwaardere werkplaats
  • Vier- of meerpolige beveiligingen: het bord wordt iets groter
  • Overschakelen vraagt een aanvraag bij de netbeheerder én een aangepaste kast

Twijfelt u of uw aansluiting volstaat voor uw plannen? Dat rekenen we in de offerte gewoon voor u uit — inclusief wat er in de kast zou moeten veranderen.

S4

Hoe groot moet de kast zijn? Rijen en modules

Kastgroottes zijn gestandaardiseerd in rijen (DIN-rails) en modules per rij. Eén module is 17,5 à 18 mm; een automaat neemt er één tot twee in, een differentieel twee tot vier.

2 rijen (± 24–26 modules)

Compact appartement of kleine woning.

  • Plaats voor de basis: hoofddifferentieel, 30 mA-groep en 6 à 8 kringen
  • Weinig reserve — snel vol bij extra wensen
3 rijen (± 36–39 modules)

De gangbare keuze voor een doorsnee woning.

  • Ruimte voor 10 à 14 kringen plus beveiligingen
  • Reserve voor een latere laadpaal of extra kring
4 rijen of meer (48+ modules)

Grote woning, driefase of veel techniek.

  • Nodig bij warmtepomp, PV, thuisbatterij en domotica samen
  • Overzichtelijke groepering per verdieping of functie

Onze vuistregel bij een nieuwe kast: minstens 20 % vrije modules. Reserve kost bij plaatsing bijna niets en bespaart later een volledige kastwissel.

S5

IP-waarden: welke bescherming heeft de kast nodig?

De IP-code op een kast zegt hoe goed het omhulsel beschermt tegen stof en vocht: het eerste cijfer staat voor vaste voorwerpen, het tweede voor water.

IP30 / IP40

Droge binnenruimtes: hal, berging, droge kelder.

  • De standaard voor woonkasten
  • Beschermt tegen aanraking en vallend stof, niet tegen spatwater
IP44 / IP55

Vochtige of stoffige ruimtes: wasplaats, werkplaats, kelder met condens.

  • Dicht tegen spatwater en fijner stof
  • Vaak gekozen voor garages en bijgebouwen
IP65

Buiten of intensief natte omgevingen.

  • Stofdicht en bestand tegen waterstralen
  • Voor buitenborden, carports en professionele toepassingen

De juiste IP-klasse is geen detail: een woonkast in een vochtige wasplaats veroudert zienderogen. Wij kiezen de klasse in functie van de ruimte — en zeggen het wanneer verplaatsen verstandiger is dan zwaarder behuizen.

Wij kiezen mét u, niet voor u

In de offerte ziet u exact welk type, welke grootte en welke beveiligingen we voorstellen — en waarom. Vergelijken mag altijd.